| Onze voortdurende zorg: Wij proberen de inrichting en de organisatie van ons onderwijs zodanig te maken dat er een maximale betrokkenheid verkregen kan worden. Op zoek naar de criteria ( het verhogen van) betrokkenheid en welbevinden komen we tot de volgende vijf factoren:
Factor 1: Een goede sfeer en relatie: kinderen moeten zich op school thuis kunnen voelen. Daarom besteden we veel aandacht aan de inrichting van de schoolomgeving, de groepsruimten en de manier waarop wij en de kinderen met elkaar omgaan. Factor 2: Aanpassing aan het niveau: we gaan uit van de verschillen tussen kinderen: ieder kind komt met zijn of haar gaven de school binnen en wij houden daar rekening mee. Leerstof en activiteiten worden dus zoveel mogelijk afgestemd op het niveau van het individuele kind.
 Lees- en schrijfonderwijs op niveau in de onderbouw
Factor 3: Werkelijkheidsnabijheid: we gaan uit van contexten en situaties die voor kinderen inleefbaar en betekenisvol zijn. We maken optimaal gebruik van onze schoolomgeving:
• natuuronderwijs doen we d.m.v. ’paden’ in de heemtuin; • nieuws halen we de school binnen; • we gaan op excursie, etc....
Factor 4: Activiteit: kinderen zijn van nature heel actief; het onderwijs moet daarop inspelen! Kinderen moeten dus in de gelegenheid zijn om zoveel mogelijk actief te zijn (d.w.z. doen, denken, onderzoeken, spelen,etc.); ’dode’ momenten (wachten, stilzitten, niets te doen hebben) moeten vermeden worden.
Factor 5: Eigen initiatief: betrokkenheid ontstaat als kinderen met dingen bezig kunnen zijn die aansluiten bij hun belangstelling en behoefte. Door ruimte te geven aan eigen keuze en persoonlijke inbreng komt de echte en individuele belangstelling pas goed tot zijn recht.
|
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten O.B.S. De Boet. | |