Wat doen we wanneer ontwikkeling vastloopt?
Ervaringsgericht onderwijs sluit aan bij de ontwikkeling van een kind. Het is een zeer adaptieve vorm van onderwijs. Heeft een kind meer rust en structuur nodig of heeft het onvoldoende zelfsturing, dan zal hij zolang als nodig door de leerkracht ’aan-de-hand’ worden meegenomen. Heeft een kind meer tijd nodig om zich leerstof eigen te maken of heeft hij juist meer uitdaging nodig, dan kan dat. Een kind met een lage intelligentie hoeft niet bij voorbaat al naar het speciaal onderwijs. Wanneer welbevinden en betrokkenheid goed zijn en er dus ontwikkeling op zijn niveau plaatsvindt, kan een kind de school doorlopen (evt. met aangepaste eindtermen).
Natuurlijk zijn er praktische beperkingen. Ook EGO-groepen hebben vaak 25 tot 30 leerlingen in de klas. Het moet organisatorisch en praktisch te doen blijven voor de leerkrachten en de groep. Daar zitten grenzen aan! En soms...zit een kind op een goede school, bij een goede leerkracht en klikt het toch niet. Daar leggen EGO-leerkrachten zich niet bij neer, maar sommige relaties zijn zeer complex.



Het procesgericht leerlingvolgsysteem.
Als een kind in de klasscreening negatief scoort op welbevinden, betrokkenheid en competenties maken we er werk van. We zoeken naar interventies met ouders en team om het kind te helpen. We maken een ’individuele analyse’ om het probleem helder te krijgen. We stemmen onze interventies af in een zgn. handelingsplan. We kunnen ook hulp vragen bij de OBD (Onderwijsbegeleidingsdienst), of het JAT(jeugdzorgadviesteam) Verwijzen naar speciaal onderwijs doen wij wanneer wij constateren dat een kind zich niet voldoende ontwikkelt. Sinds 1999 bestaat de mogelijkheid om via het samenwerkingsverband ’Weer Samen Naar School’, bij de PCL (Permanente Commissie Leerlingenzorg) speciale faciliteiten aan te vragen, bijvoorbeeld meer handen in de klas.

Terug
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten
O.B.S. De Boet.
Standaardsite gemaakt met website software van Ziber