| Verslaggeving naar de ouders Vanuit onze ervaringsgerichte visie zijn we gericht op het ontwikkelingsproces van kinderen. Twee belangrijke criteria zijn hierbij uitgangspunt namelijk: het welbevinden en de betrokkenheid van het kind. Vrij vertaald: hoe maakt een kind het (welbevinden) en is het kind in ontwikkeling (betrokkenheid). Naast de twee criteria welbevinden en betrokkenheid, wordt ook bijgehouden hoe het kind presteert. Dit noemen we competentie.
Driemaal per jaar krijgen alle kinderen een verslag. In oktober/november een tussenverslag; in de winterperiode een uitgebreid verslag met zgn. 10 minutengesprekken; in mei weer een tussenverslag. Ouders en kinderen kunnen het verslag samen lezen, zodat ze samen inzicht krijgen hoe het op school gaat. Ook de leerkracht bespreekt het verslag met het kind. Tijdens een oudergesprek bespreken leerkracht en ouders samen het verslag om bevindingen met elkaar uit te wisselen. Overigens mag een verslag nooit vervelende verrassingen opleveren. Worden er tussentijds problemen gesignaleerd, dan wordt u daarvan tijdig op de hoogte gesteld. Kinderen met een eventuele behoefte aan verlengde leertijd worden in de winterperiode gesignaleerd. We kijken dan naar leervorderingen, sociaal-emotionele ontwikkeling, werkhouding en zelfstandigheid. Als de leerkracht vindt dat een kind bovenstaande zaken niet voldoende beheerst, valt in mei het besluit dat het vervolg aanbod beter kan plaatsvinden in de huidige groep.bij verschil van mening over de keus beslist uiteindelijk de leerkracht in samenspraak met zorgcoordinator en directeur. Ook bij de overgang van kleutergroep naar groep 3 hanteren wij deze procedure.
|
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten O.B.S. De Boet. | |